9 - Twee vrije fleuristemmen
1. Schrijf een lijn met een duidelijke frasering.
2. Wanneer syncopen worden genoteerd, voorzie ze dan direct van een "kapstoknoot",
dat wil zeggen; een noot die de syncope op een correcte manier ondersteunt.
Werk daarna de tweede lijn uit met inbegrip van die kapstoknoot.
3. Schrijf een tegenlijn tegen de bestaande, die doet waar de andere lijn om vraagt;
maak dus ritmisch en melodisch aanvullende stemmen.
4. Zorg tenslotte voor een ongelijke frasering.